‘Ik ben eigenlijk een vuilnisbakkenras’

Gerard Klaasen

KRO Magazine — Chansonnière Wende Snijders is nog geen dertig, maar heeft een repertoire waar je u tegen zegt. Ze heeft vijf albums op haar naam staan en tijdens het Nederlands Film Festival gaat de documentaire De wereld beweegt over haar in première. Zondag zingt ze in Wende Snijders & het Metropole Orkest (12.50 Ned. 2).

‘Als iets een trucje wordt, dan droogt het op. Het gaat er juist om als maker en performer dat je jezelf blijft vernieuwen. Dat je je kleurenpalet telkens weer uitbreidt.’

‘Dat je het onbekende, de onzekerheid durft op te zoeken. Die stem in mij was heel sterk. Ik wilde op dat moment in ieder geval een voorstelling op Oerol maken waarin ik mijn eigen teksten wilde opblazen en wilde kijken of daar ook een theatrale waarde aan vastzat. En ik wilde als performer mijn fysiek meer gebruiken. Verder wilde ik ook meer met elektronica, bas en percussie doen omdat ik daarvoor veel met strijkers had gewerkt. Die zoektocht vond Roel interessant en die twee processen zie je ook in de film terug: de aanloop naar Oerol en dan de aanloop naar de voorstelling Wende. Hoe ga je om met twijfels, met keuzes? Het gaat daarmee niet alleen over mij, maar ook over alle mensen die aan die voorstellingen meewerken.’

Boerka
‘Uiteindelijk viel het mee omdat ik mezelf zo gewapend had. Daarna hebben we hem nog een keer met alle medewerkers gekeken en toen vond ik het echt heel eng. En straks op het filmfestival ga ik waarschijnlijk helemaal door de grond. O, ik ga een boerka dragen. En zet dan ook nog een zonnebril op. Ja, dat vind ik heel eng.’

Confronterend
‘Genoeg. Misschien moet ik op die momenten op de première de aandacht maar even afleiden. Het gaat niet om scènes waarin mijn haar niet goed zit of een repetitie niet loopt. Maar wat wel confronterend is, is dat je ziet hoe je geregistreerd bent. Dat je denkt: o, reageer ik zo. En daar luister ik helemaal niet naar de ander. Maar die momenten horen ook zo in een proces. Ik schaam me er niet voor.’

Samenloop
‘Het gevoel dat er iets eindigt zit meer in de samenloop van omstandigheden. Mijn nieuwe cd Chante! sluit een trilogie af. Muziek binnen een bepaald genre. Waarin ik mezelf herken maar waarvan ik ook weet dat ik niet alleen maar dat ben. Ik ben meer dan chansonnière. Ik merk dat ik steeds meer de drang krijg om zelf te componeren. Ik wil hierna ook komen met een cd met eigen repertoire. Dat kan in het Nederlands zijn maar ook in het Frans, Engels, Oezbeeks of Swahili. Het maakt in feite niet uit. Als het maar goed voelt. Ook muzikaal gezien weet ik waar ik heen wil. Meer grooves, meer ritme. Dat is wat me interesseert. Ik vind extremen mooi. Van Dinah Washington tot Moby. Ik wil weten hoe het werkt. Niet dat ik ontken of afwijs wat ik tot nu toe heb gedaan. Dat niet. Ik vind het heerlijk om die chansons te vertolken, maar ik heb nu de behoefte om meer te onderzoeken.’

‘Ik hou van heel veel vormen van muziek. Die genres wil ik integreren in mijn eigen stijl. Ik ben eigenlijk een vuilnisbakkenras.’

‘Ik denk heel vaak: “Wende, doe nou even normaal. Waarom wil je het zo?’’ Maar het is omdat ik dán leef. Ik ben 29. Moet ik dan nu al kiezen? Je moet je publiek ook niet dommer maken dan je zelf zou willen. Dat gaat men merken en dan sta je te liegen.’