Snijders heeft lef en zingt naïef en kleurrijk

Patrick van den Hanenberg

VOLKSKRANT — (…) In een Brel-blokje waarin drie nummers vloeiend en zonder applaus in elkaar overlopen, legt pianist Bart Wolvekamp subtiel krachtige accenten in Le Plat Pays, raast drummer Arthur Lijten door Vesoul en laat Guus Bakker horen dat de bas de begeleiding ook in zijn eentje afkan. Het trio, met drums prominent voorop, is niet zoals gebruikelijk naar de achterkant geduwd, maar deelt gelijkwaardig het podium met de zangeres. Net als in haar eerste muziekvoorstelling toont Wende zich opnieuw trouw aan Brel-het begin en eindpunt van elke chansonvertolker-maar zij heeft zich dat repertoire zo eigen gemaakt, dat ze aan totaal andere intrepetaties kan werken zonder het origineel te verloochenen.

(…) Gesteund door een behoorlijke verzameling prijzen en Edisons is ze nu een voortrekker geworden, ze zelf ook sterke nummers schrijft, zoals het tumultueuze De wereld Beweegt. Haar repertoire wordt steeds breder, onder meer met een tekst van Lorca en Come Together van The Beatles, maar alles krijgt een dartele Wende-injectie.

(…) als zij losbarst staat daar een moderne zangeres, die een zaal in de fik kan zetten. Wende zingt zoals Karel Appel schildert: impulsief, naief, kleurrijk en met enorme zeggingskracht. Tussen de liedjes door vertelt ze over New York, zoals Ravel de stad eind 19e eeuw zag. Een groeiende verzameling gebouwen en gedreven inwoners, met zelfvertrouwen, maar niet arrogant. Er moet nog wat gesleuteld worden aan de enigszins stroeve verbindende teksten, maar de lijn die wordt getrokken tussen de ontwikkeling van New York en Wende is mooi getroffen. Ook zij krabt met succes aan de wolken, en zal daar in de nabije toekomst wel eens doorheen kunnen gaan prikken.