Wende Snijders schittert in soberheid

Marco Wijers

TELEGRAAF — Wende Snijders een zangeres noemen, doet haar bijna tekort. Haar expressiviteit beperkt zich in haar tweede theaterprogramma niet tot een stem die kan fluisteren en schetteren. Zij zingt met alles. Met ogen die soms omfloerste blikken werpen en dan weer kunnen branden. Met handen die wenken en afweren. Met armen die omarmen. Met elke velzel van haar frele lijf. Soberheid is haar troef in ‘Wende’. De strijkers uit haar vorige programma zijn verdwenen, een jazzy trio heeft hun plaats ingenomen. Gehuld in mouwloos zwart, gevangen in een helder licht, heeft Snijders aan zichzelf en deze drie muzikanten genoeg. Pianist Bart Wolvekamp, bassist Guus Bakker en drummer Arthur Lijten tonen zich de mannen op wie zij muzikaal kan bouwen.

Ontwerper Reinier Tweebeeke, ook verantwoordelijk voor de sterk dramatische belichting, zette op het toneel een eenvoudige ruwhouten poort neer, vrijstaand in de ruimte. Een intrigerend beeld, vatbaar voor tal van interpretaties. Wende zet met een meer internationale liedjeskeuze de deur naar de wereld op een kier. Zou je kunnen zeggen. Tegelijkertijd weerspiegelt dit décor de melancholie van de buitenstaander, een emotie waarvan haar programma doortrokken lijkt. ‘Buiten, buiten is het feest’, zegt de chansonniere ergens. Af en toe vertelt Wende Snijders kort iets persoonlijks, maar klef wordt dat in de regie van Ruut Weissman nergens. Minieme aanwijzingen zijn het, onderkoeld gebracht. De tegenstelling met haar gepassioneerde zangperformance is groot, al is ook daarin soms ruimte voor een knipoog. Zoals in ‘de nuttelozen van de nacht’, een lied van Jacques Brel, de man die een dag voor de geboorte van Snijders overleed. De meeste nummers in haar nieuwe programma-waaronder het dynamische ‘au suivant’ en het meer ingetogen ‘le plat pays’-zijn van zijn hand.

Franse chansons blijven in dit programma haar sterkste punt, maar haar uitstapjes naar anderstalig repertoire zijn veelbelovend. Haar ‘come together’ van de Beatles swingt, het Zuid-Afrikaanse lied dat zij zingt is dromerig poetisch, haar versie van Pisuisse-klassieker ‘mens, durf te leven’ zindert van intensiteit.Anders is dat met het Spaanse ‘Madre’, een taal waarin zij zich duidelijk nog niet thuis voelt. Nieuwsgieriger naar meer maken zelfgeschreven nummers als ‘Adem uit’ en ‘de wereld beweegt’. Sinds Wende Snijders in 2001 het Concours de la Chanson won, de eerste in een lange reeks prijzen, heeft zij een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Zelf droomt ze ervan dat het einde nog niet in zicht is, vertelt zij haar publiek in ‘Wende’. Dat zou prachtig zijn. Maar nu al schittert zij oogverblindend.